Toelichting Onderzoek Religiante Wetten
We wijzen erop, dat dit onderzoek met al z'n zestig wetten en wetsartikelen op het eerste gezicht gortdroge stof is. Iets waar de arme rechten-studenten zo vaak mee geteisterd worden. Op het tweede gezicht is het echter niet minder dan politiek dynamiet. Er blijkt namelijk uit, dat de wet in een overstelpend aantal voorbeelden fundamenteel anders luidt voor christenen (protestanten en katholieken) en in een paar gevallen voor islamieten en joden.
Dit is een schreeuwend voorbeeld van het Orwelliaanse "All animals are equal, but especially the christian animals are more equal".
Gezien het feit, dat steeds meer Nederlanders praktisch gesproken zonder godsdienst (seculier dus) leven, worden deze "Religiante Wetten" natuurlijk steeds grotesker en onhoudbaarder. De vraag is niet of ze afgeschaft worden, maar wanneer.
"RELIGIANT" versus "RELIGIEUS"
Als iemand van zichzelf verkaart, dat hij op zondag niet naar de winkel wil (of geen varkensvlees wil eten), dan is dat religieus en moet hij dat zelf weten.
Als iemand stelt, dat een ander (die niet in dat geloof participeert) ook niet op zondag mag winkelen, dan is dat religiant.
Als iemand veel wil bidden dan is dat religieus.
Als je je kinderen besnijdt, dan is dat religiant.
Als je een hoofddoekje wil dragen, vanwege je geloof, dan is het religieus.
Als vrouwen gedwongen worden, om datzelfde hoofddoekje te dragen, dan is het weer religiant.
Religieus is dus heel wat anders dan religiant. En dat maakt de term functioneel.
Eigenlijk zijn er twee soorten Religiante Wetten: Wetten die niet voor christenen (en in mindere mate voor islamieten en joden) gelden en wel voor de rest. En wetten die alleen maar voor gelovigen gelden en juist niet voor de rest. Maar eigenlijk is het hetzelfde. Beiden zijn onacceptabel in een moderne, post-industriële, geïndividualiseerde maatschappij anno 2011 met het grootste deel van de burgerij, dat niet aan religie doet. Onze Religiante Wetten zijn eigenlijk te omschrijven als zestig maatschappelijke fossielen en moeten zo snel mogeljk worden afgschaft.
De ASP wil daar graag politieke verantwoordelijkheid voor dragen.
VOORBEELDEN
Een voorbeeld van een typisch Orwelliaans-Christelijke wet is de Algemene Wet gelijke Behandeling van 2 maart 1994, voorbeeld 4 uit het onderzoekje. De passage, waar het hier om gaat, is als volgt:
artikel 3: Deze wet is niet van toepassing op:
a: rechtsverhoudingen binnen kerkgenootschappen alsmede hun zelfstandige onderdelen en lichamen waarin zij zijn verenigd, alsmede binnen andere genootschappen op geestelijke grondslag;
b: het geestelijk ambt
Dit betekent praktisch, dat er niet gediscrimineert mag worden, maar wel door de christenen. (U leest het goed)
Ook in respectievelijk art5, art6a en art 7 worden uitzonderingen ("exemptions" in Brussels jargon) gemaakt voor christenen, katholieken en islamieten ten opzichte van ongelovigen. Letterlijk gesteld wordt er door de "Anti-discriminatie" wet zelf gediscrimineerd ten faveure van vooral christenen.
De genoemde wetten vallen uiteen in te veranderen wetten en af te schaffen wetten. Een voorbeeld van het eerste is art 1 van de grondwet (voorbeeld 1)
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
Hier moet het woordje godsdienst uit, omdat de indruk te vermijden dat gelovigen gelijker zijn dan de rest.
Voorbeelden van wetten die eenvoudigweg geschrapt kunnen worden zijn de "Algemene Termijnenwet" (voorbeeld 3) , waarin christelijke feestdagen verplicht en opgedrongen worden aan het (overgrote) seculiere deel van de bevolking, maar ook artikel 17c van de "Auteurswet", voorbeeld 6:
Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde of kunst wordt niet beschouwd de gemeentezang en de instrumentale begeleiding daarvan tijdens een eredienst.
Ook op financieel gebied worden er in ruime mate uitzonderingen gemaakt voor het christelijke deel van de bevolking. Voorbeeld 10, de Gemeentewet, art 220d, stelt, dat er voor kerken in tegenstellng tot alle andere gebouwen geen OZB betaald hoeft te worden:
In afwijking in zoverre van artikel 220c wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: lid c: onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.
Ook dit is een artikel dat niet veranderd, maar afgeschaft moet worden.
Nog een voorbeeld van verregaande financiële bevoordeling van de christenen is de Wet Beëindiging financiële verhouding tussen Kerk en Staat (voorbeeld 28) van 1983:
artikel 2: lid 1: De staat stelt aan de gezamenlijke kerkgenootschappen een bedrag van f 250 000 000 ter beschikking, te betalen ineens bij het van kracht worden van deze overeenkomst dan wel naar keuze van de staat te betalen in twintig jaarlijkse bedragen vast te stellen op annuïteitsbasis.
ONDERWIJS
De verbijzondering van het bijzonder onderwijs begint in artikel 23 van de grondwet (voorbeeld 1). Hiermee wordt het mogelijk gemaakt dat godsdienstigen met overheidsgeld scholen met hun eigen religiante invulling mogen stichten. De overheid mag zich volgens de wetgeving niet uiten over de eenzijdige godsdienstige invulling van het onderwijs, dat noemen we in Nederland 'vrijheid van onderwijs'. We geven hiermee de religianten het recht indoctrinerend onderwijs uit te voeren. In de vele wetten die handelen over het organiseren en invullen van het onderwijs worden er voor godsdienstigen vele uitzonderingen gemaakt waaraan zij in algemene zin zich niet hoeven te houden, dan wel voor hen uitzonderingen in de wet worden geregeld. Voorbeelden hiervan zijn:
Leerplichtwet (voorbeeld 18);
Wet educatie en beroepsonderwijs (voorbeeld 43);
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (voorbeeld 44);
Wet tot regeling van het Militair Onderwijs bij de landmacht (voorbeeld 45);
Wet susidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten (voorbeeld 46);
Wet op het primaire onderwijs (voorbeeld 47);
Wet op het voortgezet onderwijs (voorbeeld 48);
Wet studiefinanciering (voorbeeld 55);
Wijzigingswet wet op het basisonderwijs (voorbeeld 59).
ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Niet alleen de vraag "hoe komen we ervan af" is relevant, (dat is voornamelijk een politieke kwestie), maar ook de vraag "hoe komen we eraan"? Ongetwijfeld is dit historisch gegroeid:In de vorige eeuwen hebben de christenen ongeveer driekwart van de aardbol veroverd:
Het christendom is als afsplitsing van het jodendom aan de oostkust van de Midellandse Zee begonnen en heeft zich via het Romeinse Rijk stevig genesteld in de rest van Europa. Vervolgens werden grote delen van Afrika aan de nieuwe god onderworpen, Noord Amerika, Zuid Amerika, het subcontinent Groenland, de noordelijke helft van het Aziatische continent en Australië. Een smalle strook bestaande uit Noord Afrika, het midden oosten, India en China mochten de andere godsdiensten onder elkaar verdelen. Driekwart van de aarde voor de christenen en één kwart voor de rest ! Het christendom werd vaak op niet zachzinnige manier 'bevorderd":
In de tijd van Karel de Grote werd iedereen verplicht het christelijk geloof aan te nemen; zo niet, dan werd men letterlijk aan het zwaard geregen. Men noemde dit "bekering met ijzeren tongen". Vooral de Saksen en de Friezen verzetten zich hevig. Karel vaardigde een decreet tegen hen uit, dat erop neer kwam, dat de doodstraf stond op het niet aanhangen van het christelijk geloof. In het kader van dit decreet werden in 782 vijfenveertighonderd Saksen onthoofd.
Dit verklaart, waarom niet alleen in Nederland, maar eigenlijk in alle lidstaten van Europa de wet nog steeds vele uitzonderingen ("exemptions") kent voor vooral protestanten en katholieken. Min of meer tot op de dag van vandaag waren de gelovigen altijd in de (absolute) meerderheid. Op grond daarvan zijn er tal van voorrechten voor gelovigen in onze wet gekropen. In een samenleving met overwegend gelovigen een normaal en waarschijnlijk niet te vermijden verschijnsel. In het huidige Nederland met overwegend burgers die niet of weinig aan religie doen zijn dergelijke wetten te omschrijven als fossiel.
DE POLITIEK VAN DE ATHEISTISCH SECULIERE PARTIJ
Het Primaire Programma van de ASP is eigenlijk een samenvatting van waar het met alle deze zestig Religiante Wetten naar toe moet: volkomen Scheiding van Kerk en Staat, alleen maar openbare scholen en volkomen gelijkberechtiging tussen burgers met een geloof (ongeacht welke) en burgers zonder geloof.
Dit doel van de Atheistisch Seculiere Partij is precies bereikt als deze Religiante Wetten verdwenen, dan wel aangepast zijn. Men zou dus zeggen, dat dit onderzoekje in zeer gedetailleerde vorm weergeeft waar het de ASP ten diepste om gaat.
Frans van Dongen
(voorzitter ASP)